Verslag: VTB Studiedag 2016: Bio-economie en de Tropen

Bio-economie en de Tropen
Verkenning van de rol van tropische bossen in de ontwikkeling van een circulaire ‘bio-economie’
Een studiedag van de Vereniging Tropische Bossen (VTB)
 In het Safari Meeting Centre (Kilimanjaro Lodge) van Burgers’ Zoo kwamen op 16 september zo’n zestig mensen bijeen om de rol van tropische bossen in de ontwikkeling van een circulaire ‘bio-economie’ te bespreken. 
 De bio-based economie en de circulaire economie vragen nieuwe oplossingen en nieuwe denkrichtingen voor de inrichting van de samenleving. De inzet is niets minder dan het leefbaar houden van de aarde, de opwarming van het klimaat tegengaan, en gezondheid en kwaliteit van leven bevorderen voor mensen, dieren en planten. Om dit te bereiken worden enkele principes voorgesteld: fossiele en andere niet-hernieuwbare grondstoffen dienen vervangen te worden door hernieuwbare, of het nu voor energie, bouwmateriaal of chemische industrie is. Productontwerp en ketens dienen te veranderen van lineair naar circulair zodat er uiteindelijk geen afval meer ontstaat, gebruik efficiënter wordt en er geen toxische stoffen in het milieu terechtkomen. Materialen dienen optimaal benut te worden volgens het principe: hoogste economische en energetische waarde, laagste milieubelasting (cascadering). Natuurlijk kapitaal (o.a. bossen) dient verstandig beheerd en gebruikt te worden. Met deze principes openden Floor van der Hilst (dagvoorzitter) en Trudy Rood van Planbureau voor de Leefomgeving (eerste presentatie) de studiedag van 16 september jl. Hiermee werd het kader geschetst waarin deze middag via enkele case studies onderzocht werd hoe bio-based en circulaire principes toegepast worden en zouden kunnen worden in beheer en gebruik van tropisch bos en bosproducten. Want in hoeverre is de tropische bossensector al bekend met bio-based economie en circulaire principes, en worden deze concepten eigenlijk toegepast?
 Als eerste ging Luck Westerbaan van A. Hak hierop in vanuit technologisch oogpunt aan de hand van een case uit Indonesië. Dit project, Rebuild, beoogt 176,000 hectare land te rehabiliteren op Kalimantan, op een economisch rendabele manier. In ecologische zin wordt bestaand bos beschermd en gedegradeerd land beplant met landbouwgewassen, suikerpalm en bomen in een sequentie. Verdienmodellen zijn de verkoop van cassave, de omzetting van biomassa in biocoal en de omzetting van suikerpalmsappen in ethanol. A. Hak levert in het project de technologie voor het maken van biocoal door middel van torrefactie. Biocoal kan worden gebruikt voor energie, als grondstof in de chemische industrie (syngas) of als bouwstof (bv koolstof in autobanden). Deze case heeft verscheidene bio-based en circulaire elementen in zich. Vragen vanuit de deelnemers richtten zich vooral op de huidige staat van het gedegradeerde bos, duurzaamheid van biomassawinning hieruit en duurzaamheid van het lange termijn model. Het project is nog in ontwikkeling en wordt gefaseerd opgezet. Het zal erg interessant zijn het verdere verloop van het project te kunnen volgen. Een filmpje van het project is te vinden op YouTube: https://www.youtube.com/watch?v=srqq6ox2wkw 
Een tweede case werd door Jan Willem den Besten gepresenteerd vanuit IUCN Nederland. Hierin stond boslandschapsherstel (forest landscape restoration) en lokale productie van brandhout en houtskool in Afrika centraal. Randvoorwaarden en uitgangspunten van geïntegreerd landschapsherstel werden geschetst. Hierbij werd duidelijk dat hout als brandstof voorlopig erg belangrijk blijft in Afrika en er vooral aandacht moet zijn om dit op een duurzame manier te ontwikkelen voor natuur en mens. Hiertoe zijn goede mogelijkheden, zo werd geïllustreerd door een GIZ project op Madagascar. Hier werd in het landschap verschillend gebruik gezoneerd, landtoegang en rechten voor energieplantages geregeld, bestuur en handhaving van illegaal gebruik verbeterd, technische ondersteuning geboden in de hele keten (bosbeheer, houtskool maken, verkoop, verbeterde oventjes) en zo economisch rendabele systemen opgezet. Hoewel lokale energievoorziening via kleine plantages al op veel plekken ontwikkeld is, is het landschaps- en geïntegreerd opereren toch een vernieuwend element. Hoewel de discussie rond dit thema veelal terugblikte door paralellen met het verleden te trekken, zit de uitdaging toch vooral in het vooruit kijken en innovaties aandragen die aansluiten bij uitdagingen en kansen van dit moment. Een mogelijk instrument hierbij is om deze lokale ontwikkelingen naast de landschapsbenadering ook eens met een bio-based en circulaire bril te bezien. Is dit model nog te verbeteren door cascadering van grondstofgebruik integraal mee te nemen? Bv niet alleen energie, maar ook constructie en paalhout produceren. Kan er ook hout gerecycled worden? Zijn er nieuwe verdienmodellen en bedrijvigheid te koppelen aan dit projectconcept? Hier lijkt zeker nog ruimte voor innovatie. In deze context is concurrentie met illegaal ofwel ‘gratis’ verkregen hout uit het landschap een grote barrière die juist de integrale landschapsbenadering vraagt om tot werkelijke oplossingen te komen.
 René Klaassen van SHR, ten slotte, vestigde aandacht op de positieve score van tropisch hout op gebied van milieubelasting in veel bouwtoepassingen in Nederland. Dit is vastgesteld door middel van de Life Cycle Assessment (LCA) methodiek. Uit gedetailleerde studies blijkt dat tropisch hout een veel lagere milieubelasting en milieukosten heeft dan materialen als PVC, staal of aluminium. Op korte termijn (1 a 2 jaar) zal naar verwachting ook de Environmental Product Declaration (EPD) verplicht worden gesteld in Europa bij nieuwe bouwprojecten. Deze EPD geeft de milieukosten weer (schaduwkosten, nog niet verrekend in de marktprijs van materialen) van de gekozen toepassingen. Indien opdrachtgevers zoals de overheid middels EPDs lage milieukosten gaan prioriteren, kan dit het gebruik van bio-based materialen sterk bevorderen. Hierin zitten grote kansen. Deze case toont aan dat tropisch hout zeker toegepast kan worden in Nederland als men principes van de bio en circulaire economie volgt. Er dient wel goed gelet te worden op juist gebruik van het hout en men dient hierbij bewust te zijn dat dit diepgaande technologische kennis vereist. Wordt hout verkeerd toegepast dan leidt dit tot frustratie en slechte prestaties, wat uiteindelijk ten koste gaat van het imago van hout. Een ander uitgangspunt is uiteraard dat het tropische hout uit duurzaam beheerd bos komt.
 In een plenaire discussie werden de cases verder besproken en werd gereflecteerd op de vraag hoe tropische bossen en bio economie zowel lokaal (dicht bij het bos) als internationaal (Nederland) samengaan. De cases tonen zeker reële raakvlakken, kansen en successen. Enkele belangrijke randvoorwaarden voor geslaagde bio-based ontwikkelingen werden gesignaleerd ten aanzien van verzekering van duurzaam beheer en gebruik van bos (natuurlijk kapitaal), bestuur en wetshandhaving o.a. ten aanzien van oneerlijke competitie met illegaal of gratis hout, stimulerend beleid zoals de doorvertaling van milieukosten (EPD) in regelgeving en beleid, en werkelijk innovatief ontwikkelen van nieuwe verdienmodellen. Er werd ook geconstateerd dat de bos- en houtsector zeer specifiek(e) oplossingen en beleid vraagt. Zo propageert het bio-based denken de cascadering van biomassagebruik, terwijl er ook duidelijk behoefte is aan veel biomassa voor (laagwaardige) energie (lokaal en internationaal). Hoe is dit te verenigen? Uit de discussie kwam naar voren dat in de praktijk cascadering en rechtstreeks gebruik van bepaalde houtstromen voor energietoepassing mogelijk is. Gezien de grote marktvraag, maar ook een (lage) prijsstelling en afwezigheid van alternatieve producten/markten voor deze laagwaardige sortimenten hout, is energiehout voor een deel van de houtproductie momenteel toch een toepassing met hoogste economische waarde en laagste milieubelasting. Daarbij is een belangrijk gegeven dat biomassa voor dit doeleinde in een gesloten systeem van bijgroei behoort te verlopen, wat het een circulair systeem maakt, ook bij gebruik voor energie. Bosbeheer cascadeert idealiter door verschillende sortimenten te produceren die qua cascadering en prijs van hoog- naar laagwaardig gaan, en door optimaal gebruik van reststromen die vrijkomen bij oogst en verwerking. Er werd ook opgemerkt dat op dit vlak nog veel innovatie mogelijk en nodig is in de bos- en houtsector om bio-based principes en cascadering nog verdergaand te integreren in ketens, producten en gebruik. Specifieke biomassaplantages (korte omloop) vormen in dit spectrum een aparte categorie, hier is kort een kanttekening over gemaakt, maar niet diepgaand gereflecteerd tijdens de studiemiddag. Voor verdere kritische overwegingen zie ook bijvoorbeeld http://www.fern.org/campaign/bioenergy/briefing-note .
 De dag werd afgesloten met een borrel in de tropische Burger’s Bush.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Contact

Secretariaat Vereniging Tropische Bossen
Postbus 124
6700 AC Wageningen

Neem contact op via het contactformulier